Hoe ik geen f*ck wilde geven om mijn gewicht, maar dat toch deed

appel

Dit had een artikel moeten worden waarin ik jullie zou vertellen hoe hard ik er niks aan doe om op gewicht te blijven. Wat een geweldig relaxte relatie ik met eten heb en hoe het me geen reet kan schelen wanneer ik onverhoopt toch een kilootje aan mocht komen. Ik had graag willen vertellen hoe goed ik de kunst versta om geen ene fuck te geven om mijn gewicht en hoe jullie dat ook niet zouden moeten doen. Waarop jullie vervolgens allemaal zouden zeggen: “goh die Selma, die is stoer!” En ik zou glimmen van trots.

Helaas is dit niet zo’n artikel. Een paar dagen geleden stond ik voor de spiegel en vond ik dat ik wel een beetje een bolle kop begon te krijgen. Vervolgens deed ik iets waarvan ik eigenlijk al wel wist dat ik het niet moest doen: ik trok de weegschaal onder de badkamerkast vandaan en ging erop staan. En daar stond het, zwart op wit… ik was in die paar weken dat ik ziek was 2 kilo aangekomen. 2 kilo waarvan ik stiekem heel goed weet dat het niks af doet aan mijn waarde en waarvan ik ook heel goed weet dat het er binnen no-time weer af is als ik weer beter ben, maar hoe rationeel ik ook probeerde te denken… op mijn schouder was een duiveltje geland, eentje die mijn hele nare dingen in mijn oor fluisterde. En hoe hard ik ook mijn oren dichtdeed en “lalalala” riep, hij bleef zitten waar hij zat. Hoe vervelender hij mij deed voelen over die cijfers op de weegschaal, hoe meer ik me begon te schamen voor wat hij allemaal zei. Want was ik nu zelf één van die vervelende mensen geworden met maat 34 die niet mogen klagen, maar dat toch doen? Waarom zat dat duiveltje zo te zeiken terwijl ik volle vrouwen juist ook heel mooi vind en ik daarbij ook nog eens vind dat we als maatschappij een beetje te ver doorgeslagen zijn in het slanke ideaalbeeld? Het duiveltje vond het allemaal erg grappig. Hoe meer ik me ging schamen, hoe groter hij werd… want nu liet hij me niet alleen vervelend voelen over mijn gewicht, maar ook nog eens over mijn gevoel daarover.

Bij iedere hap die ik vervolgens in mijn mond stak, voorzag mijn persoonlijke plaaggeest mij van commentaar. “Ieder pondje gaat door het mondje, ren nog maar een rondje! Oh nee… dat kan natuurlijk niet met je Pfeiffer muhahaha.” Oh wat voelde ik me rot! Normaal ben ik inderdaad heel nuchter wat eten betreft. Geen groene smoothies of superfood voor mij, maar gewoon een bord pap in de ochtend, fruit en volkorenboterhammen mee naar werk. Na werk wat chips, dan een warme maaltijd en ’s avonds nog een stukje chocola. Calorieën tellen doe ik niet. Hardlopen doe ik voor mijn plezier en als ik zin heb in patat, dan haal ik dat. Hoe turbulent mijn leven soms ook is, het getal op de weegschaal was al jaren een constante factor. Dat ik nu zo panisch reageer op 2 kilo meer, heeft alles te maken met het feit dat ik letterlijk niet lekker in mijn lijf zit momenteel. Waar ik normaal energie voor 10 heb, voel ik me nu compleet uitgeblust. Ik wil zoveel, maar kan zo weinig. Mijn grenzen zijn veranderd en ik loop er elke keer weer tegenaan, omdat ik nog niet heb ontdekt waar ze precies liggen. Door te begrijpen waar mijn gevoelens vandaan komen, lukt het me om me iets minder te schamen voor wat ik voel. Genoeg om het duiveltje even achter slot en grendel te zetten. Toch bonkt hij regelmatig tegen de deur en blijf ik zijn gesmoorde kreten opvangen. Om weer meer mijn eigen “not giving a f*ck” Selma te worden, heb ik daarom een goed voornemen. Een voornemen waarmee ik weer lekker kan eten, zonder me schuldig te voelen bij elke hap. Ik wil me niet meer bezig houden met wat eten me allemaal kost. Ik ben zo dol op eten, dat ik daar alleen maar verdrietig van word. In plaats daarvan ga ik me bedenken hoeveel het eten me oplevert en van daaruit de afweging maken wat ik neem. Heb ik trek? Dan neem ik een lekkere volkoren boterham, goed voor mijn ijzer en vol met vezels. Of wat dacht je van grapefruit? Vitamine C overload! En als ik echt heel graag iets lekkers wil, wat niet te stillen valt door gezond voedsel, dan neem ik toch een beetje chips of een blokje chocola? Chips en chocola leveren me instant happiness op. Oh en die weegschaal komt natuurlijk niet meer onder dat kastje vandaan, totdat ik jullie het beloofde artikel kan schrijven, over hoe het me allemaal echt geen ene reet kan schelen.

Wat je misschien ook wel interessant vindt:

7 reacties op “Hoe ik geen f*ck wilde geven om mijn gewicht, maar dat toch deed

  1. Pfffff zo herkenbaar, al zijn bij mij de
    schommelingen een “klein beetje” groter
    en de duivel altijd aanwezig (en maat 34
    ver, ver, heel ver weg).
    Maar ook met mijn 3-cijfers-op-de-schaal
    krijg ik complimenten over hoe goe ik
    eruit zie…dan krimpt dat duiveltje heel
    even!

  2. ik ben al lang geleden gestopt met op de weegschaal te gaan staan: ik weet zo ook wel dat ik te zwaar ben maar door op de
    weegschaal te staan kreeg ik dezelfde reactie als jij nu beschrijft en dat maakte me niet slanker maar wel ongelukkiger. Buiten
    die handel dus 😉

  3. dat duiveltje is heel herkenbaar ja… ik heb maar geaccepteerd dat er altijd een stemmetje zal zijn maar dat ik zelf bepaal hoe ik
    er mee omga! Ik merk dat dat makkelijker wordt naarmate ik ouder word. Mar goed misschien verandert dat wel weer wanneer
    ik echt oud word!

  4. Ik leefde al een hele tijd zo gezond dat gezonder
    haast niet kon. Elke ochtend een workout,
    regelmatig yoga, heel gezond eten. Toch lukte
    het me voor geen meter om af te vallen.
    Frustrerend… Een paar dagen terug kwam het
    nieuws dat ik lyme heb, nu is het duidelijk hoe
    dat zit en waarom ik ondanks alle moeite niet af
    kon vallen. Ik blijf gelukkig wel netjes op gewicht
    doordat ik dus nooit chips of chocola in huis
    haal. Ze zijn het me niet waard…

  5. Wat jij schrijft is stiekem zo herkenbaar, iedere keer weer! Zelf doe ik ook alsof mijn gewicht me niks kan schelen, maar toch
    vind ik het vervelend als ik niet meer in mijn favo broek (maat 38) pas. Of wanneer mijn oma weer eens een opmerking maakt
    dat ik toch wel stevig ben geworden / er wel iets af mag / dat zij een slankere taille heeft (“haha!”) / etc. Maar dan probeer ik bij
    mezelf te denken: Ik ben een Hobbit. Ik geniet lekker wel van mijn eten. Ik mag van mezelf eten wat ik wil voor ontbijt, en hoef
    niet op 2 rijstwafels te leven zoals Sonja voorschrijft. Ik kan koken wat ik lekker vind, en hoef niet al die vreemde recepten van
    Sonja te eten (echt rare combi’s maakt zij, meestal niet echt succesvol qua smaak). Ik hoef lekker geen calorieën te tellen. Maar
    na yoga loop ik toch even langs de raww voor een slowjuice. Omdat ze daar stiekem toch wel lekker zijn. En ik dan ’s avonds
    guiltfree een pizza naar binnen kan schuiven.

    1. “Ik ben een Hobbit!” Haha die is leuk :)! Mijn moeder kan er ook wat van, net als jouw oma… Van die opmerkingen over je gewicht waar je niet op zit te wachten. Ik vind dat best lastig, maar ik denk dat ze het ergens lief bedoelt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *